Overslaan en naar de inhoud gaan

Na de bevrijding, exit Corona

In gesprek met Gusta Smolders | 24 april 2020

‘Toen alles voorbij was, kwamen de vredesstoeten.  Op de radio hoorden we dat het voorbij was, alle verenigingen kwamen weer buiten, het mocht allemaal mooi én groot én feestelijk zijn. Eigenlijk was het ook een beetje ‘om ter grootst’. Dat waren nogal dagen, die sfeer is onvergetelijk.’ Mijn moeder vertelt over een bijzondere periode in haar leven. De bevrijding. Nu is ze 90, toen 15. Even oud als mijn zoon vandaag. Hoeveel indruk maakt zo’n periode in je leven vraag ik mij af.  Wat neem je daar uit mee in je verdere leven?

Marianne en haar moeder Gusta
 

‘Meenemen? Maar dat gaat voorbij hé. Je moet dat dan loslaten, anders kan je niet verder’.  Ze vertelt, tot vier keer toe, met verschillende details het vluchtverhaal van hun gezin. Hoe ze alles achterlieten, met paard en kar en 1 fiets. Want ze hadden van alles maar 1, dus alles wat mee ging, moest daarop kunnen. Op de vlucht voor den Duits. Overnachten, ergens onderweg in schuren en stallen. Bij vriendelijke mensen, want alle mensen hielpen elkaar. Toen ze terugkeerden, was de brug gesprongen. Ze moesten een omweg maken over de sluispoort. De kar helemaal demonteren, wiel per wiel naar de overkant brengen en het paard overtuigen om op de smalle sluispoorten te stappen.   ‘Dat paard was kalm omdat onze Va kalm was’, gaat ze verder. ‘Va was altijd kalm en als hij rustig was, dan hadden wij geen schrik meer. Dan konden we rustig slapen, ook al was dat ergens onderweg in het hooi. Dan waren we veilig. Hij was soldaat geweest in ‘14-’18. We keken naar hem om te weten of we bang moesten zijn of niet. Schrik? Nergens voor nodig zei hij dan.’

Ik heb het verhaal al meermaals gehoord, maar nu stel ik andere vragen. Ik wil weten hoe het was als tiener in die tijd, hoe mijn grootouders het volhielden, wat ze tegen hun kinderen vertelden, welke hoop ze deelden. Ik wil het nog eens horen, omdat die verhalen van vroeger ons wegtrekken van de dagelijkse Coronagesprekken. Na enkele weken zijn die Coronagesprekken teveel van hetzelfde. ‘Alles goed, wanneer kan je op bezoek komen? Nog niet. Nog een tijdje niet’.  Ik wil het verhaal van vroeger nog eens horen omdat het ook over een bijzondere periode gaat, een die al voorbij is. En hoe was het dan daarna?  Wat deden de mensen na die periode?

“We keken naar onze Va om te weten of we bang moesten zijn of niet. Schrik? Nergens voor nodig zei hij dan.’”

Gusta Smolders

‘We hebben geen honger geleden’, gaat ze verder. ‘We hadden geluk, we waren boeren, er was eten op het veld en soms ook vlees. Toen we thuiskwamen hadden de soldaten ons hele huis overhoop gehaald, maar dat was niet erg. Het stond er nog.’ Het heeft veel indruk gemaakt, zoveel is zeker, ook al hadden ze, naar eigen zeggen niet veel geleden. 75 jaar later is het verhaal nog altijd springlevend. Het veilige gevoel in het gezin komt terug in elke versie.

Dag en nacht

‘Het leven nu en toen, dat is een verschil van dag en nacht.  We wisten niet veel, onze ouders vertelden niet veel over wat er allemaal gaande was. Er was alleen de radio waar onze Va naar luisterde en nadien besliste wat wij ook mochten weten. Kinderen nu, die weten alles. Ze hebben internet en televisie, ze weten alles wat hun ouders weten. Ik vind dat goed, ze zijn veel slimmer dan wij toen. Ze kunnen meepraten, wij stonden er als kind vaak maar wat bij. Met de bevrijding, luisterden we allemaal naar de radio. Het was de stem van Jan Moedwil, dat zal ik nooit vergeten. De stem die zei dat voorbij was.’

De stem die zegt dat het voorbij is. Jan Moedwil was dat in september 1944. Vele namen zijn al vergeten, de zijne niet.  In 2020 zal het Marc Van Ranst zijn. Mei, juni, of september? En wat doe je dan die eerste dag als het voorbij is?

‘De eerste dag mochten we niet zomaar naar het dorp. Va ging eerst op verkenning, gaan zien of het wel echt veilig was. Er gebeurde van alles wat niet voor kinderen was. Hij was streng, jonge meisjes die rond soldaten draaiden dat kon niet, zijn dochters niet. Het feest was uitgelaten. Het was een echte bevrijding. De tweede dag mochten we mee, de stoet was fantastisch.’

En toen

‘En toen werd alles anders. Niet in een keer, maar in stapkes. Pas toen Moe en Va op pensioen waren, gingen ze naar Brugge, naar Antwerpen, naar Brussel. Met de bus, met de vereniging van  gepensioneerden.  Dat was nogal een spektakel.  Zoiets hadden ze nog nooit gezien. We waren nog nooit ergens geweest. Er was niemand die praatte over op vakantie gaan.  Met de fiets naar Scherpenheuvel en Averbode, dat waren de enige plekken waar we ooit geweest waren. Er waren maar twee auto’s in het dorp. Op reis gaan, dat deed niemand in die tijd. Met het gezin op vakantie gaan, dat bestond toen ook niet.  Er was altijd iemand thuis nodig om voor de boerderij te zorgen. Dus de ouders gingen apart op uitstap en de kinderen mochten met de jeugd mee.’

“Met de fiets naar Scherpenheuvel en Averbode. De enige plekken waar onze Moe en Va ooit geweest waren. Op reis gaan, dat deed niemand in die tijd.”

‘Toen, dat is dag en nacht verschil, dat kunnen jullie zich niet voorstellen. Het leven is helemaal anders nu. Jullie kennen beter ver weg dan dichtbij. We kenden elk padje, elke boom en elk weggetje. Alles draaide om de geburen. De buurt was het enige wat we hadden, dus we zorgden allemaal voor elkaar. Als iemand iets te kort had, dan werd dat opgelost.’  Er was geen telefoon of winkels met dingen uit de hele wereld. Het was eenvoudig,  daar in de Zwarte Hoek van Kwaadmechelen. ‘Dat was niet slecht, maar nu is het ook goed. Zoals een televisie voor iedereen, dat is ferm gemakkelijk.’

Wat gaan wij doen als we verlost zijn van het virus? Gaan we dingen anders doen? Kennen we onze buren beter, onze plek waar we wonen? ‘Tja, gaan dansen zoals met de bevrijding, dat zal niet meer gaan met deze oude knoken. Eens goed gaan eten, allemaal samen. En al maar goed dat de telefoon is uitgevonden tot als het zover is.’

Marc Van Ranst kennen we intussen allemaal. Jan Moedwil was toch even opzoeken.

Foto in artikel: Marianne Schapmans, toen we nog dicht bij elkaar mochten zitten...
Headerfoto: Dimitris Vetsikas via Pixabay
 

In gesprek met

Gusta Smolders werd geboren in november 1930 in het Limburgse Kwaadmechelen. Ze groeide op in ‘de zwarte hoek’, op een kleine boerderij samen met haar 2 zussen. Haar ouders Louis (1896) en Hortensia (1900) zagen de wereld in een heel ander gedaante dan wij nu kennen.

Vandaag woont ze in een woonzorgcentrum. We houden ons hart vast dat Corona buiten blijft en dat ze nog lang verhalen kan vertellen.  Hoe eenvoudig en schoon het leven vroeger was, maar ook hoe ferm gemakkelijk nu vele dingen zijn. Hoe ze alles wat belangrijk is, heeft geleerd in het verenigingsleven, hoe vrouwen het netwerk in het dorp rechthielden terwijl de mannen aan het werk waren.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 24 april 2020 in de categorie Voor het eerst.

Marianne Schapmans

Neergepend door

Marianne Schapmans is directeur van Iedereen Verdient Vakantie bij Toerisme Vlaanderen. Iedereen Verdient Vakantie is een netwerk van ruim 2000 partners: sociale organisaties en toeristische aanbieders van verblijven en daguitstappen. Samen maken zij – via een systeem van kortingen, een online platform en netwerkactiviteiten vakantie mogelijk voor mensen die omwille van financiële of andere drempels niet zo makkelijk toegang vinden tot vakantie.

Copyright © 2020 Steunpunt vakantieparticipatie | Disclaimer | Privacy |