Overslaan en naar de inhoud gaan

Kinderen

Over de geboorte van Akindo: ‘Zelfs in de naam stond het kind centraal’

In gesprek met Cecile Ochelen, monitrice van het eerste uur bij Lommels vakantiemaker | 29 mei 2020

Zelf realiseerde ze het zich niet onmiddellijk, maar door haar 80 jaar behoort ze deze dagen wel degelijk tot de 'kwetsbare generatie’. In 1966 was zij het die zich inzette om kansarme kinderen een vakantie te laten beleven, al was het woord ‘kansarm’ nog niet uitgevonden. Cecile Ochelen, mijn mama, stond mee aan de wieg van Akindo vzw, en ze vertelt mij erover nu daar door een vreemde crisis plots tijd, goesting, en een aanleiding voor is. Ondanks de door laptopschermen overbrugde afstand, was het misschien wel ons langste ononderbroken gesprek in jaren.

Kristien en Cecile
 

Praten is goed, maar laten we ook iets doen!

Cecile: ‘Als jonge twintiger sloot ik me aan bij de KJM, de Katholieke Jongeren uit de Middengroepen. Ik deed mee omwille van de interessante culturele programma’s en de gespreksavonden die ze organiseerden. Je moet je voorstellen dat mijn leefwereld heel klein was. Ik woonde in Hasselt, volgde daar de Normaalschool(*) en ging meteen lesgeven in dezelfde wijk. Ik groeide op in een beschermd milieu en behalve een daguitstap naar de kust of de Ardennen (wij hadden het geluk van een auto doordat pa handelsvertegenwoordiger was), was reizen er in onze kindertijd niet bij. Ik voelde de behoefte om mijn wereld uit te breiden en jongeren te ontmoeten uit andere plaatsen.’ In gedachten zag ik de jonge Cecile in gesprek met leeftijdgenoten uit Nederland, Frankrijk of Italië, maar zij zegt ‘bijvoorbeeld uit Bilzen, Overpelt,…’ Om je horizon te verruimen moe(s)t je de provinciegrens niet over. ‘De gespreksavonden waren boeiend, maar met een groepje van een tiental vrouwen (mannen hadden destijds een aparte groep) wilden we naast dat praten, ook iets ondernemen!’ Actie werd de A uit Akindo.

Plezier en ontspanning: een recht van alle kinderen

‘Doordat de meesten van ons in het onderwijs stonden, zagen we in de jaren ’60 dat sommige gezinnen tijdens de schoolvakanties op reis begonnen te gaan, en dat niet alle kinderen die luxe hadden. Toen ik klein was betekende het woord vakantie nog niet waar gaan we naartoe? Vakantie was niet naar school gaan en vooral thuis plezier maken. Spelen op het ‘koerke’ met broers en zussen, en vriendinnekes. Maar we wisten dat er kinderen waren die zelfs zo’n ontspannende thuisvakantie niet kenden. Soms omdat ze niet eens een thuis hadden, en het jaar rond in een zogeheten ‘instelling’ verbleven. Zo kreeg het idee vorm om voor hen iets te doen. Omdat we vonden dat plezier en ontspanning een recht van alle kinderen was.’

In (het woord) Akindo staat het kind centraal

Ze herinnert zich een halve nacht vergaderen over een geschikte naam: ‘Ik weet niet meer welke afkorting we er uiteindelijk aan verbonden, maar wel dat ons vertrekpunt was dat het ‘kind’ centraal moest staan.’ Akindo was geboren.

‘Veel was er niet nodig om in de zomer van 1966 onze eerste vakantieweken te organiseren. De proost(**) van de KJM was de drijvende kracht achter de praktische uitwerking. Hij nam contact op met instellingen waar kinderen met een moeilijke thuissituatie ‘geplaatst’ werden, en ook met onder andere de Wiekslag. Vandaar kwamen dus onze eerste deelnemers.

We mochten een nieuwe vleugel gebruiken van het college in Heusden. Er was niets behalve dat gebouw met een slaapzaal, een keuken, een eetzaal, sanitair en een grote speelplaats, maar het was een succes! Mensen uit de buurt brachten ons groenten uit hun tuin, vrijwilligers kookten, en wij zongen, bedachten de hele dag door spelletjes of lazen voor. Daarbij waren we vastbesloten dat het niet schools mocht zijn (ondanks de locatie en het feit dat we onderwijzeressen waren!). Het enige doel was plezier en ontspanning bieden in een andere omgeving. De kinderen waren heel aanhankelijk, en met één van die eersten heb ik nog lang contact gehad (via kaartjes en brieven) tot ik zoveel jaren later haar dochter bij mij in de klas kreeg. Dat was voor mij een mooi moment.’

Primitief maar vooral huiselijk

‘Voor de 2de editie wilden we een meer inspirerende omgeving, met wat groen en ruimte voor creativiteit. Er geraakten steeds meer mensen betrokken bij ons initiatief, en via-via vonden we de leegstaande directeurswoning van ‘Lommel fabriek’ die we voor een symbolisch bedrag mochten huren, inclusief 4ha bos! Het huis had lang leeg gestaan maar werd dankzij de gezamenlijke inspanning van heel wat vrijwilligershanden tijdens weekends en vakanties, in ijltempo opgeknapt. Er waren kamers, wat voor de kinderen al veel huiselijker was dan een slaapzaal. En huiselijkheid was precies wat we hen wilden geven. Ik herinner me dat de echtgenote van de toenmalige fabrieksdirecteur ons het eerste jaar heeft bezocht, en ze was onder de indruk! Dat was ook meteen de enige ‘inspectie’ die we over de vloer kregen… dat zal nu waarschijnlijk wel anders zijn!

 

In juli 1967 ontvingen we de eerste kinderen in Lommel. Door hedendaagse ogen zal het er primitief hebben uitgezien, maar wij vulden de dagen met bosspel, verstoppertje, verkleedpartijtjes, liedjes zingen, en in de namiddag vaak een wandeling door de Lommelse Sahara met als hoogtepunt een picknick en boterhammen met choco! Ik kan me voorstellen dat je daar vandaag geen kind meer warm voor kan krijgen, nu in bijna elke tuin een schommel en een trampoline staat?’ Ik beloof mama dat we dit samen –wanneer het weer mag- eens met eigen ogen gaan onderzoeken.

We stelden geen vragen, ons enige doel was om hen allemaal een ‘schoon week vakantie’ te geven

‘De meeste kinderen kwamen uit zogeheten instellingen of kindertehuizen, in die tijd meestal gehuisvest in kloosters. Ze werden daar geplaatst om verschillende redenen en leefden op de achtergrond van de maatschappij. Veel mensen waren zich allicht niet eens bewust van hun bestaan. We ontvingen, via OCMW’s, ook kinderen uit arme gezinnen, en uit de mijnstreek de eerste kinderen van andere origine.

 

We moesten er een paar goed in het oog houden, maar eigenlijk waren dat allemaal brave kinderen. Heel dankbaar, aanhankelijk en enthousiast. In die tijd waren kinderen zo opgevoed dat ze een zekere afstand tot volwassenen bewaarden. Ik herinner me niet meer hoe ze ons aanspraken, maar ik denk dat kinderen nu veel mondiger en rechtuit zijn. Vertellen over hun persoonlijke situatie deden ze slechts sporadisch, en we vroegen daar ook niet naar. Ons enige doel was om hen allemaal een ‘schoon week vakantie’ te geven. Ook de nonnekes van de kloosters waren ons daar heel dankbaar voor.’

Aan vrijwilligers nooit gebrek

‘Van in het begin hadden we veel vrijwilligers. Het ging al snel van mond tot mond dat je bij Akindo in een fijne groep terecht kwam. Sommige monitrices bleven dan ook jaar na jaar ‘hangen’, waardoor Akindo een soort familie werd. Wat het met ons deed? Vooral veel deugd van het voor kinderen mogelijk te kunnen maken om te genieten en plezier te maken!’

Wanneer ik mama terloops vertel dat Akindo nog steeds een populaire plek is bij vrijwilligers, zegt ze ‘toch een wonder eigenlijk, dat onze actie van toen al meer dan 50 jaar heeft overleefd. Iemand moet het toch altijd weer overnemen!’ Het stemt haar hoopvol dat ze tegenwoordig meer initiatieven ziet ontstaan voor kinderen die het moeilijk hebben. Dat deze kinderen nu ook zichtbaarder zijn in, en deel zijn van de samenleving, en dat er over hen wordt geschreven. Ook met nieuwe opleidingen is ze blij, zoals ‘sociale readaptatiewetenschappen’ wat de vriendin van haar kleinzoon nu volgt. ‘Vroeger was er alleen kleuterleidster of onderwijzeres en daar leerden we niets over de specifieke noden van kinderen in bijzondere situaties. Hopelijk helpt dat allemaal om meer mensen uit die moeilijke cirkel te trekken, zodat zij hun eigen kinderen later meer mogelijkheden kunnen geven.’

Niemand mag onder een stolp leven

Ik wil nog graag weten wat Akindo voor haar persoonlijk heeft betekend.

‘Ik kreeg een wereld te zien die ik voordien niet kende, en leerde meer noden zien in de maatschappij. Als lerares denk ik dat ik in mijn klas ook bewust meer aandacht ging geven aan bepaalde kinderen. En mijn eigen kinderen probeerde ik vooral niet onder een stolp groot te brengen. Ik denk toch dat dat gelukt is…’.

Ik geef haar de bevestiging die ze met die laatste zin voorzichtig zoekt. Door ons aan te zetten tot lezen en reizen, leerde ze ons (en de honderden meisjes die ze les gaf) op haar beurt dat er vele werelden bestaan naast de onze. En ik bedenk dat ik zonder haar engagement van toen, misschien nu geen verhalen zou schrijven voor Iedereen Verdient Vakantie. Bedankt voor de fakkel, mama. Ik zal hem brandend houden en doorgeven.

 

(*) De normaalschool is een verouderde benaming voor het schooltype waar onderwijzers opgeleid werden
(**) Priester en geestelijke begeleider die een katholieke organisatie inspireert of voor het spirituele aspect van de vereniging zorgt
Foto's: Kristien en Cecile

In gesprek met

Cecile Ochelen werd in december 1939 in Hasselt geboren en was van 1958 tot 1993 gepassioneerd onderwijzeres in het 6de leerjaar van een lagere meisjesschool in de Zegestraat in Hasselt. In die stad kan ze niet rondlopen zonder door oud-leerlingen te worden herkend, en meestal herinnert ze zich dan ook nog de juiste naam. Ze is moeder van 2 en grootmoeder van 5 en probeert iedereen aan het lezen te krijgen. Zij is degene die de bibliotheek boekentips stuurt in plaats van omgekeerd. Na haar pensioen vrijwilligde ze ook lang voor de Wereldwinkel in Zonhoven, waar ze sinds 1973 samen met haar man woont.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 29 mei 2020 in de categorie Kinderen.

Kristien Fransen

Neergepend door

Onvermijdelijk aangetrokken tot wat nog niet verteld of niet gehoord werd, wil Kristien Fransen skinny stories helpen groeien tot fat stories, en small talk verleiden tot big talk. En dat daardoor iemand eens een andere kant uitkijkt. Kristien is Storyweaver bij Iedereen Verdient Vakantie.

Ook nu: we blijven er zijn voor kinderen

In gesprek met Yolan Steyaert | 6 mei 2020

‘De kracht in een kind is als een plantje. Als dat te weinig aandacht krijgt, kunnen de blaadjes en alles boven de grond afsterven. Maar het zaadje en de wortel blijven krachtig. Geef je dat plantje wat aandacht en empathie, dan begint het meteen weer te groeien. Jammer genoeg zijn die aandacht en empathie een van de eerste dingen die wegvallen bij sommige kinderen.’ Yolan Steyaert werkt voor de kinder- en jongerenhulplijn Awel. Ook is hij vrijwilliger bij Akindo, een vakantieorganisatie die zomerkampen organiseert voor kinderen uit kwetsbare milieus. ‘Bij Awel zeggen we dat de kracht voor de oplossing al in de persoon zit. Als je mensen ruimte en aandacht geeft, komen ze zelf met de oplossing. Die kracht is moeilijk uit te doven.’

Yolan Steyaert is stafmedewerker bij Awel. Via telefoon, chat, mail of op het Forum kunnen kinderen en jongeren er terecht met alles wat hen bezighoudt. Alle gesprekken zijn in het volste vertrouwen en anoniem. Meer dan 400 vrijwilligers staan paraat. ‘Als stafmedewerker ondersteun ik die vrijwilligers. Op een meta-niveau want Awel is ontstaan als organisatie die volledig op vrijwilligers draait. Vrijwilligers beantwoorden niet alleen de hulplijn maar ondersteunen ook elkaar in hun taken. Ze nemen allerlei extra engagementen op om de werking te doen draaien. Ze hebben in hun rol bij Awel allemaal eigenaarschap en eindverantwoordelijkheid.’

Er blijven zijn voor kinderen

Toen de quarantaine werd afgekondigd beseften ze bij Awel meteen dat het alle hens aan dek zou zijn. Yolan: ‘We dachten aan alle hulpverlening die weg zou vallen. Zoals psychologen en andere begeleiding. We verwachtten ons zeker aan meer oproepen.’ Al een geluk dat Awel pionier is in het volledig online werken. De overheid sprak de organisatie meteen aan om naast Tele-Onthaal als een van de grote aanspreekpunten te dienen.

“Zoveel betrokkenheid. Vrijwilligers doen nog veel meer moeite dan normaal en zetten zich elke maand extra uren in om te luisteren naar kinderen en jongeren.”

Yolan Steyaert

Yolan: ‘We moesten praktisch niet veel aanpassingen doen want de vrijwilligers werken al vooral van thuis uit. We kregen meer oproepen van kinderen met zwaardere thema’s. Dat drong wel stevig door. Kinderen die thuis mishandeld worden of een ouder hebben met een alcohol- of drugsverslaving. Het is in deze lockdown nog moeilijker om iets te doen.’

Dan ziet Yolan wat voor moois zo’n crisis aan de gang zet: ‘Meteen nam het Vertrouwenscentrum voor Kindermishandeling contact met ons op met de vraag of ze online ondersteuning konden aanbieden voor de vrijwilligers. Het was ook schoon om te zien hoeveel mensen zich hebben aangediend als vrijwilliger. Zoveel betrokkenheid. Vrijwilligers doen nog veel meer moeite dan normaal en zetten zich elke maand extra uren in om te luisteren naar kinderen en jongeren.’

Uitkijken naar weerzien

Yolan zit in een werkgroep die het vakantiebeleid van Akindo richting geeft: ‘Ook met Akindo zijn we online samengekomen om na te denken over wat kunnen doen voor de kinderen die bij ons op vakantie komen. We hebben een filmpje gemaakt waar we alle monitoren vroegen om een dansclipje in te sturen. Dat hebben we gemonteerd, op een muziekje gezet en via al onze kanalen de wereld in gestuurd. Om de kinderen te laten weten dat we aan hun denken. We kijken uit naar de zomer om elkaar weer terug te kunnen zien.’

Alles werkt nog, maar trager

 ‘Ik vind het interessant hoe de maatschappij nu zo vertraagt’, merkt Yolan op. ‘Alles werkt nog wel, maar trager. Ik besef dat mijn situatie gunstiger is dan die van andere mensen. Maar het mag in de toekomst wel wat trager blijven gaan. Niet moeten hollen naar een hobby, een afspraak… Zalig!’

“Het mag in de toekomst wel wat trager blijven gaan. Niet moeten hollen naar een hobby, een afspraak… Zalig!

Lijnvluchten, evenementen, grote festivals, … Yolan ziet dat alles wat vroeger superbelangrijk was, nu met boe noch ba wordt afgezegd. Yolan: ‘Alle dingen waar ik van dacht dat ze essentieel waren, gaan nu opeens niet door en toch gaat het leven verder. Was het Darwin die zei: It's not the strongest of the species that survives, but the one most responsive to change?’

 

De ochtend na het interview horen we de directrice van Akindo Kristien van Camp op Radio 1. Ze pleit ervoor om vakantie voor kinderen in precaire situaties toch door te laten gaan. Er is op dit moment nog geen beslissing gevallen.

Bekijk hier het filmpje van Akindo.

 

Headerfoto: khamkhor via Pixabay
Yolan Steyaert

In gesprek met

Yolan Steyaert,  27 jaar, geboren en getogen in Leuven waar hij ook psychologie studeerde. ‘Toen ik begon dacht ik therapeut te worden maar via stages en vrijwilligerswerk ben ik veel in aanraking gekomen met het jeugdwerk. Daar heb ik mijn hart wat verloren en nu ben ik heel blij met mijn uitdagende job bij Awel. Het voelt geweldig om te kunnen werken voor een organisatie waar ik 100% in geloof en die volgens mij een heel belangrijke rol heeft in de maatschappij.’

Dit verhaal werd gepubliceerd op 6 mei 2020 in de categorie Kinderen.

Carine Geboers

Neergepend door

Carine, 41 jaar, werkt als netwerkverbinder bij Iedereen Verdient Vakantie. Ze heeft extra aandacht voor het Vlaamse Rap Op Stap netwerk en voor de provincie Limburg.

Nieuwsgierig naar wat er leeft in het grote netwerk Iedereen Verdient Vakantie richt ze haar oren als grote satellietschotels naar iedereen die wil vertellen.

‘Verhalen, ze geven onze werking richting, inspireren en motiveren ons team om het nog beter te doen. Verhalen geven dat grote netwerk Iedereen Verdient Vakantie vorm, ze maken het tastbaar. Ze zijn ons kostbaarste goed. Met veel zorg verzamelen wij ze.’

Een jeugdverblijf als hefboom voor een bloeiende lokale gemeenschap

In gesprek met Erwin Eraerts en Sabine De Groote | 8 oktober 2019

Verstopt in de heuvels van de Vlaamse Ardennen zit het kleine dorpje Dikkele. Midden in die kleine dorpsgemeenschap prijkt jeugdverblijf Oud Klooster. Kinderen komen er tijdens schoolweken en in weekends naar hartelust ravotten en ontdekken. Het verhaal van het Oud Klooster is meer dan vakantiekansen bieden aan kinderen. Het vertelt ook over de verbinding die kan ontstaan tussen jeugdtoerisme en de lokale gemeenschap.

Dikkele
 

Heel wat dorpelingen zijn immers vervlochten geraakt met het jeugdverblijf. Die ervaring van gemeenschapsontwikkeling is ook herkenbaar in de werking van het Oud Klooster zelf. Voor sommige jongeren werd de oase in Dikkele een beetje een ‘thuis’, waar ze in verbondenheid met anderen de handen uit de mouwen steken. 

Een evidentie

Initiatiefnemer Erwin Eraerts vertelt dat hij een heel proces heeft afgelegd met de dorpelingen van de kleine dorpgemeenschap. ‘Ik heb veel druppels gedronken,’ lacht hij. Sommige bewoners waren aanvankelijk afwachtend, anderen kwamen meteen oud servies brengen.

‘Als we in onze eerste jaren een nieuwjaarsreceptie organiseerden, nodigde ik al mijn vrienden en kennissen uit, om toch wat volk te hebben.’ Intussen blijkt dat niet meer nodig. ‘Tweederden van de dorpelingen is van de partij als we iets organiseren.’

“Tijd geven en nabijheid creëren, dat is wat wij hier doen.”

Erwin

Deze zomer werd er in het dorp ter ere van het Belgische kampioenschap wielrennen een scherm en een drankkraam geïnstalleerd. Achteraf brachten de dorpelingen de opbrengst naar het Oud Klooster voor hun steunfonds dat klasvakanties helpt mogelijk maken voor kinderen in kansarmoede. ‘Alsof het een evidentie was. Dat toucheerde mij wel moet ik zeggen.’

Dikkele
 

Idee!

Niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is geweest. Het renoveren van het Oud Klooster bleek een ambitieus project. Bovendien waren niet alle buren enthousiast over het plan van een jeugdverblijf in het dorp. Erwin heeft in het hele proces veel steun ervaren van het team en het netwerk van Iedereen Verdient Vakantie. In zo’n netwerksamenkomst ontdekte Erwin dat niet alle scholen voldoende middelen hebben om klasjes op vakantie te laten komen. ‘Op een van de brainstorms van het netwerk kwam ik op het idee om zelf een steunfonds te starten,’ legt hij uit. Vandaag kunnen scholen vanaf een bepaald percentage kinderen met een kwetsbare economische achtergrond, voor een deel van de kosten beroep doen op het fonds.

Nabijheid

Erwin werkte jarenlang als jeugdwerker voor Bijzondere Jeugdzorg. Waarom was het zijn droom om in een klein dorp een jeugdverblijf op poten te zetten? ‘Het is me vooral te doen om het creëren van een plek waar mensen kunnen thuishoren,’ zegt hij. Hij legt uit dat hij niet de man is van grote pedagogische processen of ellenlange gesprekken. ‘Tijd geven en nabijheid creëren, dat is wat wij hier doen.’ Erwin vertelt over de vele mensen die bij het Oud Klooster zijn gaan horen. Ik begrijp dat het niet alleen gaat om de vakanties zelf maar ook om de gemeenschap die ontstaat, rond het vakantiehuis.

“Op een van de netwerkbrainstorms van Iedereen Verdient Vakantie kwam ik op het idee om een steunfonds te starten.”

Erwin

Zo is er bijvoorbeeld Sam*. Hij heeft een verstandelijke beperking en verzeilde aanvankelijk in het Oud Klooster na een uitstap met de psychiatrie van Velzeke. Later was de zorg in Velzeke afgerond maar de weg naar het Oud Klooster had Sam intussen gevonden. ‘Sam wordt opper-gelukkig van de grasmachine en ik word opper-gelukkig als ik het gras niet moet afrijden,’ zegt Erwin lachend. ‘Zopas belde Sam nog op: Erwin, ik kom vandaag al want morgen gaat het regenen.’

Thuis

Er is ook Niels*. Als kleine jongen werd hij geplaatst in de instelling waar Erwin werkte. Toen hij opgroeide merkte Erwin dat Niels af en toe eens weg moest kunnen van de instelling. Zo werd hij kind aan huis bij het Oud Klooster. Intussen is Niels volwassen. Hij heeft een hobbelig parcours achter de rug met onder andere een traject in schuldbemiddeling en een periode op straat. Maar hij is ook vader geworden en heeft een paar zaken op orde gekregen. ‘Ik heb het hem nooit gevraagd,’ zegt Erwin, ‘maar Niels beschouwt het als zijn taak om hier de heggen te scheren. Het is iets dat ik mij niet moet aantrekken. Niels zorgt daarvoor.’ Hij is er zichtbaar ontroerd over.

Dikkele
 

Sam en Niels zijn niet de enigen die een stukje thuis of steun hebben gevonden in het Oud Klooster. Er zijn nog meer verhalen. Ik vraag aan Erwin waar die grote drive vandaan komt om zoveel mensen te helpen. ‘Twaalf jaar in bijzondere jeugdwerk, dan weet je het wel,’ zegt hij. ‘Het overtreft je verbeelding wat sommigen thuis hebben meegemaakt.’ Even is het stil. ‘Ik zal je een voorbeeld geven. Ik stond jarenlang op een dienst waar geplaatste kinderen arriveerden. Een jongen maakte ‘s nachts hondengeluiden. Hij had vier jaar lang in het hondenhok geslapen.’

Ik weet even niet wat gezegd.

Feest

Van 1965 tot 1988 stond Dikkele bekend om de jaarlijkse bierfeesten. Erwin heeft intussen met een aantal dorpelingen een werkgroep opgericht om de festiviteiten terug in het leven te roepen. Hij geniet er duidelijk van om zulke dynamieken terug in het dorp te brengen. ‘Het is er mij om te doen om mensen samen te brengen,’ zegt Erwin, ‘en met de accommodatie die wij hier hebben is er heel wat mogelijk!’

“Tweederden van de dorpelingen is van de partij als we iets organiseren.”

Eigenlijk, bedenk ik als ik de groene heuvels weer verlaat, is Erwin bezig om een nieuw soort van gemeenschap te creëren. Het weefsel dat er al was tussen de dorpelingen, wordt versterkt, en nieuwelingen vinden er een stukje thuiskomen. En dat alles met een jeugdverblijf als hefboom.

 

* Sam en Niels zijn fictieve namen.

Erwin en Sabine

In gesprek met

Erwin Eraerts en zijn vrouw Sabine De Groote runnen het jeugdverblijf Oud Klooster in Dikkele, een dorp van 180 inwoners bij Zwalm. Ze richten zich vooral op lagere schoolkinderen en hebben een steunfonds voor scholen die veel kinderen met kwetsbare economische achtergronden op de banken hebben. Ook organisaties kunnen voor hun meerdaagse activiteiten in het Oud Klooster terecht.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 8 oktober 2019 in de categorie Kinderen.

Eva De Groote

Neergepend door

Eva De Groote dwaalt nieuwsgierig rond om mensen te ontmoeten en kleine verwonderingen in woorden te vatten. Met een voorgeschiedenis als organisator in de kunsten is ze vandaag onafhankelijk aan de slag als romanschrijver en verhalenvinder. 

Kinderen vinden adem, avontuur en troost in de Vlaamse Ardennen

In gesprek met Aure Deroubaix | 10 september 2019

 

The Outsider Club vzw zet avontuurlijke kampen en activiteiten op poten voor jongeren van zes tot dertig jaar. Er is daarbij bijzondere aandacht voor kansarme jongeren en mensen met een beperking. Ik trek er vandaag op uit naar de Vlaamse Ardennen waar het hart van The Outsider Club klopt. Als ik aankom bij de Donkvijver in Oudenaarde zie ik overal opgewonden gezichten. Een groep kinderen is druk bezig met een zoektocht rond het meer. Anderen zijn uitgedost in surfkledij en maken zich klaar om het water op te gaan.

Aure Deroubaix is een van de vele monitoren verbonden aan The Outsider Club. Haar avontuur bij de club startte toen ze jaren terug zelf een jongerenkamp volgde. Later volgde ze de animator- en monitorcursus en sinds twee jaar begeleidt ze zelf kampen. De ervaringen die ze bij de club verzamelde doen haar anders naar haar eigen toekomst kijken.

Zullen we even praten?

Het eerste kamp dat Aure begeleidde was een avonturenkamp speciaal voor kinderen uit maatschappelijk kwetsbare situaties. Ze vertelt er meteen bij dat dit de kampen zijn die ze het liefste begeleidt. ‘Verschillende kinderen zien we zo goed als elke schoolvakantie terug,’ zegt ze. ‘Er groeit zo een hechte band met sommige van hen.’ Maar is er ook een strikte aanpak nodig, leerde Aure. ‘Meer dan bij de andere kampen moeten we  zorgen voor duidelijke regels en afspraken. Het is wel eens nodig dat we streng en kordaat optreden.’ Tegelijk weten de kinderen haar regelmatig te verrassen met hun openheid. Zo was er een kind dat op een van de rustige momenten in het kamp op Aure afstapte om op de man af te vragen: heb je tijd om met mij te praten?

Uitwisselen

Tijdens zo’n avonturenweek komen er tussen het kayakken en het klimparcours veel verhalen naar boven. Sommige kinderen wonen het grootste deel van het jaar in een instelling, anderen zitten in een heel moeilijke thuissituatie. ‘Ze hebben soms best wel heftige verhalen,’ zegt Aure, ‘maar ze praten erover met elkaar en met ons.’ Wat haar ook opvalt is dat er veel solidariteit is onder de kinderen. Ze wisselen concrete ervaringen met elkaar uit. Sommigen zitten in leefgroepen in de instelling waar ze verblijven, anderen in leeftijdsgroepen. ‘Dan zitten ze onderling de voor- en de nadelen van beide systemen met elkaar te vergelijken,’ zegt Aure met een glimlach.

“Het was zo mooi om te zien hoe de twee jongens uiteindelijk gingen zitten om te praten in plaats van te slaan.”

Aure Deroubaix

 

Luistervinken

Het gaat er ook wel eens hard aan toe. ‘Vandaag nog brak er een stevige ruzie uit tussen twee van de jongens, er kwamen vuisten aan te pas.’ Aure vertelt hoe zij en haar collega-monitoren probeerden in te praten op de jongens apart. Waarom waren ze boos? Wat was de oorzaak van hun frustratie? Konden ze proberen om erover te praten? Er verschijnt een grote glimlach op het gezicht van Aure. Ze vertelt hoe ze stond te luistervinken aan de deur en hoorde hoe de jongens het uiteindelijk op hun manier probeerden bij te leggen. ‘Het was zo mooi om te zien hoe de twee gingen zitten om te praten in plaats van te slaan.’

Tranen

Een avonturenkamp als dit zit vol van de ontroerende momenten. ‘Dit is nu mijn derde jaar als monitor,’ zegt Aure. ‘Sommige kinderen heb ik in die drie jaar al echt goed leren kennen. Ze komen aangestormd om me in de armen te vallen bij het begin van een nieuw kamp en er stromen vaak traantjes op het einde van de vakantie. Voor vele kinderen is het afscheid telkens een hartverscheurend moment dat ook mij als monitor niet onberoerd laat.’

groepsfoto kinderen op kamp

Op kamp ontstaan tussen de kinderen sterke connecties

 

Ook ontroerend zijn de broers en zussen die vaak in de avonturenvakanties zitten. ‘Er is bijvoorbeeld een jongen die het vaak lastig heeft. Zijn zusje probeert steeds eerst om hem te troosten en komt ons dan halen als dat niet lukt.’ Ook onder de andere kinderen ontstaan er soms sterke connecties. Aure vertelt over een groepje van zes kinderen die uit alle uithoeken van Vlaanderen komen. Tussen de kampen zijn ze met elkaar in contact via sociale media. ‘Ze trachten er nu telkens voor te zorgen dat ze in dezelfde kampen terechtkomen zodat ze elkaar kunnen terugzien.’

“Voor vele kinderen is het afscheid telkens een hartverscheurend moment dat ook mij als monitor niet onberoerd laat.”

Aure

 

Plezier vinden in kleine dingen

Het is duidelijk dat Aure de rol van monitor met hart en ziel opneemt. Ik ben benieuwd naar haar toekomstplannen nu ze is afgestudeerd van de middelbare school. ‘Ik ga orthopedagogie studeren,’ zegt ze resoluut. Ze glimlacht. ‘Vroeger dacht ik onderwijzeres te worden maar op basis van mijn ervaringen hier zijn die plannen veranderd. Ik wil werken met jongeren buiten een schoolse context. Ik wil hen leren om elkaar met respect te benaderen. Maar ook wil ik hen bijbrengen om te genieten van het leven. Om plezier te vinden in kleine dingen.’

 

Foto's: Aure Deroubaix

Aure Deroubaix

In gesprek met

Aure Deroubaix is zeventien en sinds twee jaar verbonden als monitor en animator aan The Outsider Club. The Outsider Club biedt sportieve en avontuurlijke activiteiten aan voor kinderen en jongeren van zes tot dertig jaar met het oog op participatie, ontwikkeling en ontplooiing. Een deel van het aanbod is specifiek afgestemd op kinderen en jongeren uit maatschappelijk kwetsbare situaties. In de herfst begint Aure aan haar hogere studies: orthopedagogie.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 10 september 2019 in de categorie Kinderen.

Eva De Groote

Neergepend door

Eva De Groote dwaalt nieuwsgierig rond om mensen te ontmoeten en kleine verwonderingen in woorden te vatten. Met een voorgeschiedenis als organisator in de kunsten is ze vandaag onafhankelijk aan de slag als romanschrijver en verhalenvinder. 

Vakantie helpt kinderen tonen wie ze zijn

In gesprek met Tijs Deheegher, Plokkersheem | 8 mei 2019

Ooit was het Plokkersheem in het landelijke Watou een rusthuis voor ouderen. Vandaag is het een trekpleister voor uiteenlopende groepen die er de weg vinden via scholen of jeugdwerkingen. De kinderen kunnen er terecht voor zuurstof en voor ambachten. Tijs Deheegher is coördinator van het Plokkersheem. Zijn ervaringen bij de jeugdbeweging komen van pas om ervoor te zorgen dat de kinderen zich thuis voelen op hun vakantieverblijf én dat ze iets bijleren. Over ambachten en over zichzelf.

Informatie verstrekken, boekingen aanmaken, workshops geven, de tuin onderhouden. Tijs doet het allemaal, en met veel enthousiasme. Scholen kunnen intekenen op de workshops van Plokkersheem, die hebben allemaal een STEM inslag (Science Technology Engineering Mathematics). ‘Voor de metaalworkshop bijvoorbeeld gaan we eerst op bezoek bij een bedrijf hier in de buurt,’ zegt Tijs, ‘daarna gaan we aan de slag op het zolderatelier tot we een werkend lampje hebben.’ Naast metaal wordt er ook met onder meer leer, hout en karton gewerkt.

Bloeien

Kinderen laten proeven van ambachten is een van de achterliggende ideeën voor de activiteiten. Maar even belangrijk zijn de andere sprongen die kinderen maken door op meerdaagse uitstap te gaan. ‘Er wordt vaak heel wat wakker gemaakt tijdens zo’n week. Sommige kinderen bloeien helemaal open nadat ze hebben ontdekt dat ze bepaalde dingen goed kunnen.’

"Kinderen bloeien helemaal open nadat ze hebben ontdekt dat ze bepaalde dingen goed kunnen." - Tijs Deheegher

Tijs vertelt dat het vaak de timide kinderen zijn die hem doorheen de week verrassen. ‘Sommigen blijken ineens erg goed in techniek bijvoorbeeld en komen uit hun schulp om anderen dingen aan te leren,’ zegt Tijs. Hij is er zichtbaar fier over.

Experimenten

Dat een verandering van context verse zuurstof en nieuwe perspectieven brengt, hoort Tijs keer op keer van de leerkrachten. Een uitstap kan ook ruimte bieden voor sociale experimenten. ‘Soms zijn er moeilijke dynamieken in de klas en kunnen die ontgrendeld worden of verschuiven door op meerdaagse te komen,’ zegt Tijs. Net daarom is het zo belangrijk dat alle kinderen mee kunnen op schoolreis. Het is een bezorgdheid van Tijs waar hij ook in de jeugdbeweging waar hij actief is, mee bezig is. Dat iedereen mee kan vraagt soms extra inspanningen, zo leerde Tijs.

Hij vertelt over de Roemeense nieuwkomers in zijn dorp, een vader en zijn zoon van zeven. ‘We gingen op huisbezoek om hen uit te nodigen voor de jeugdbeweging. Ik schrok ervan dat het zoveel voeten in de aarde had om alles administratief in orde te krijgen.’ Uiteindelijk lukt het. De jongen startte in de jeugdbeweging bij het begin van het seizoen met amper een paar woorden Nederlands in zijn register. De kinderen gebruikten aanvankelijk letterlijk handen en voeten om met elkaar te communiceren. ‘Intussen is de jongen helemaal deel van de groep, zijn Nederlands is erg goed geworden,’ zegt Tijs. ‘En de papa is een van de weinige ouders die na elke vergadering een hartelijk praatje met ons komt slaan.’

De kracht van een netwerk

Bij het Plokkersheem en in de jeugdbeweging ondervond Tijs dat vakantie voor kinderen plezier, ontspanning en ook groei kan teweegbrengen. Hij wil dat dit voor zoveel mogelijk jongeren en kinderen mogelijk wordt. ‘Kinderen mogen niet uit de boot vallen omwille van financiële redenen of andere drempels. Maar er een paar dagen tussenuit trekken om eens iets totaal anders te beleven is jammer genoeg niet voor iedereen evident.’

"Moeilijke dynamieken in de klas kunnen verschuiven door er samen enkele tussenuit te zijn."

Op een netwerkavond, waar ook iemand was van Iedereen Verdient Vakantie, realiseerde Tijs zich dat samenwerking veel kansen inhoudt. ‘Het kan toch niet zijn dat sommige kinderen gewoonweg niet mee kunnen op vakantie. Ik ben hier nu anderhalf jaar op het Plokkersheem. Nu ik de werking goed onder de knie heb, wil ik graag onderzoeken wat we extra kunnen doen voor groepen die drempels ervaren.’ 

foto: Plokkersheem

Tijs Deheegher

In gesprek met

Tijs Deheegher (25) is actief bij jeugdbeweging KSA en sinds anderhalf jaar coördinator van Het Plokkersheem in Watou.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 8 mei 2019 in de categorie Kinderen.

Eva De Groote

Neergepend door

Eva De Groote dwaalt nieuwsgierig rond om mensen te ontmoeten en kleine verwonderingen in woorden te vatten. Met een voorgeschiedenis als organisator in de kunsten is ze vandaag onafhankelijk aan de slag als romanschrijver en verhalenvinder. 

Een hart van/voor peperkoek

In gesprek met Emma Spitaels | 18 december 2018

In Geraardsbergen staat een huisje
'k Keek eens door het vensterraam
Daar kwam Emma aangelopen
​Klopte aan de deur

Het lijkt het begin van een kinderliedje, maar het is het begin van mijn gesprek met Emma. We ontmoeten elkaar vlak voor de start van het Forum Iedereen Verdient Vakantie 2018. Ze staat wat onwennig aan een tafeltje. Ze wacht op de collega’s van het Rap-op-Stapkantoor waar ze al zes weken stage loopt. Emma vertelt me over de ‘HOOP’ die ze mocht ontdekken in het Peperhoekenhuisje, een sociaal buurthuis in Geraardsbergen. Vrijwilligers slaan er de handen in elkaar en creëren een ontmoetingsplek waar iedereen welkom is. Waar iedereen een stem heeft om van het huis een thuis te maken.

'Een paar weken geleden kwamen de kinderen van De Mozaïek langs, een basisschool voor buitengewoon onderwijs uit de buurt. Ze kwamen Sintliedjes zingen, samen met een groep volwassenen die vechten tegen armoede. Dat is op zich al mooi, maar het werd plots nóg mooier.' Emma’s ogen stralen als ze vertelt.

'De kinderen begrepen de liedjesteksten niet steeds even goed. Het was ook niet evident om alles te onthouden. Tot de volwassenen met het idee kwamen om gebaren te gebruiken. Met hun handen vormden ze een driehoek boven hun hoofd als het over de mijter van de Sint ging bijvoorbeeld. Het zingen werd direct een stuk makkelijker én plezanter! Voor de groten gaf het nog meer betekenis aan hun namiddag. Zij maakten het verschil voor iemand anders. En de kleinsten? Die genoten met volle teugen van de bijna individuele aandacht die ze kregen. Plots hadden ze niet één leerkracht voor de hele groep, maar zo goed als elk een eigen begeleider. Die aparte benadering zorgde voor magie!'

’s Avonds vertelde Emma het verhaal thuis aan iedereen die het wou horen. Ook in de hogeschool vertelde ze erover aan haar medestudenten in het reflectiegroepje.

'Het heeft mijn blik verruimd', gaat Emma verder. 'Ik probeer het idee van verschillende doelgroepen samenbrengen mee te nemen naar andere organisaties waar ik misschien nog terecht zal komen. De voldoening die dit moment bracht, wil ik blijven ervaren. Partners zoeken is dus enorm belangrijk. Daar kan dit Netwerk Iedereen Verdient Vakantie veel in betekenen.'

Kom maar in mijn huisje klein
‘k Zal u dankbaar zijn!

Emma Spitaels

In gesprek met

Emma Spitaels studeert Sociaal Werk aan de Artevelde Hogeschool in Gent. Zelf woont ze inGeraardsbergen. De stage die ze momenteel loopt bij het Rap-op-Stapkantoor in Geraardsbergen, is dus een ‘thuismatch’.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 18 december 2018 in de categorie Kinderen.

Stijn Dujardin

Neergepend door

Stijn Dujardin werkt op de dienst communicatie van de stad Diksmuide. Hij is de trotse papa twee dochters S en D die hij razendsnel ziet veranderen. Hij herkent zichzelf in de deugnieterij van zijn zoon O. Deze Westhoekman is constant op zoek naar verbinding en is gek op verhalen, picon en zijn madam. Samen met haar geniet hij vooral van verdwalen in een vreemde stad en verrast worden door wat er om het hoekje te vinden is.

Op kamp om het boeiende geschenk van het leven te ontdekken

In gesprek met Gil Géron | 26 april 2018

Vraag aan kinderen welke kostbare herinneringen ze koesteren aan op kamp gaan, en ze vertellen verhalen over avonturen, op tocht gaan en samenzijn met vriendjes. Begeleid door jonge monitoren springen ze in belevenissen die thuis niet zomaar kunnen. Ze trekken kleren aan die mama liever niet wil dat ze dragen. Ze worden vies en schrobben zich weer blinkend schoon. Ze ontdekken dat ze buiten te lijntjes kunnen kleuren, en dat net buiten die ‘normale’ dingen verrassingen liggen. Dat helpt hen ontdekken wie ze zijn, waar ze plezier in hebben en hoe bijzonder het leven wel kan zijn.

Gil Géron ging op bezoek bij kinderen in de klas, kinderopvang en op vakantiekampen. Ze speelde en praatte met hen over op kamp gaan. Omdat ze wil begrijpen hoe kinderen kampen beleven, hoe volwassenen ernaar kijken en wat we met z’n allen kunnen doen om meer kinderen een heerlijke kampervaring te bieden.

Gil, wat ontdekte je zoal?

Gil: ‘Het verraste me dat het jeugdwerk maar oppervlakkig gekend is bij ouders en leerkrachten. De meesten komen niet verder dan de jeugdbeweging en de kampen van ziekenfonds. Nogal wat volwassenen hebben daar trouwens zelf amper ervaring mee en zien kampen en andere vakantie-activiteiten als alternatieve opvang in de vakantieperiodes. Dat is jammer, vind ik. Want het jeugdwerk is breed,  divers en op een bijzondere manier complementair aan het schoolse leven van kinderen.’

Waarin zit die complementariteit tussen onderwijs en jeugdwerk dan precies?

Gil: ‘In het reguliere onderwijs worden kinderen voorbereid op volwassen worden in een wereld die een buitensporige nadruk legt op succesvol zijn op de arbeidsmarkt. Van kinderen wordt al heel vroeg verwacht dat ze presteren. Hun prestaties worden bovendien voortdurend beoordeeld.

"In het jeugdwerk wordt ook geleerd, maar op een andere manier. Zonder oordeel van volwassenen over hun prestaties."

Kinderen vinden op kamp vrijheid in gedachten en doen. Ze leven samen met andere kinderen en jongeren. Ze trekken hun plan op avonturen. Ze ontdekken hun talenten en persoonlijkheid in het dingen doen. Daar is geen oordeel van volwassenen over wat ze goed kunnen voor ‘later’. Het jeugdwerk draait niet om presteren, maar om beleven. Beleven vindt plaats in het moment zelf. Net die nadruk op beleven zonder prestatiedwang geeft kinderen ontwikkelingskansen die ze in het onderwijs niet vinden.’

Wat leren kinderen op kamp wat niet op school geleerd wordt?

Gil (lacht): ‘De afwas doen, hun kamer dweilen, het toilet schoonhouden: dat zijn vaardigheden die ze nodig hebben, maar waarmee ze amper nog oefenen. Maar ze leren bijvoorbeeld ook omgaan met verveling. Dat is best bijzonder, in een tijd waarin de aandacht van kinderen benomen is door school, buitenschoolse activiteiten en schermtijd.  In die nieuwe ervaring van open tijd vinden kinderen  kansen om hun gedachten de vrije loop te laten. Zo leren ze reflecteren op wat ze meemaken, wie ze zijn en waar ze van dromen. Ze leren dingen als flexibel zijn, vertrouwen op anderen, rekening houden met elkaar en omgaan met onverwachte dingen. Op kamp en in jeugdactiviteiten is leren gericht op het proces. Niet op de prestatie, het product.

Bovendien zijn er ook wel cognitieve vaardigheden die je makkelijker leert in het jeugdwerk dan op school. Een eigen mening vormen is daar een voorbeeld van. Het is moeilijk een eigen visie te vormen als je kennis moet reproduceren om goeie punten te krijgen. Bovendien merkte ik in de klas geregeld dat tussen de lijnen door het leven-zoals-we-denken-dat-het-is bestendigd lijkt. Dat we kinderen inpassen in volwassen beelden over wat zogenaamd normaal is.’

Hmm, dat klinkt als een sterke stelling. Vertel me meer.

Gil: ‘Een voorbeeld: een leerkracht vraagt aan de kinderen om een brief aan papa te schrijven. Maar wie zegt dat elk kind een papa heeft waar het aan brief aan kan schrijven? Onbewust blijven we vertrekken vanuit het idee dat elk kind leeft in een gezin. Dat bovendien zo’n gezin een mama en papa heeft. Terwijl kinderen vandaag in heel verschillende gezinssituaties opgroeien.

"Echte diversiteit groeit uit het respect voor het unieke van elk kind en de context waarin het leeft."

Op een ander moment vroegen we kinderen iets te tekenen over vakantie. Een positieve of negatieve ervaring, alles mocht. Een van de kinderen wilde geen negatieve ervaring tekenen, maar er wel over vertellen. Misschien was het voor dat kind te moeilijk, omdat een beeld op papier iets zou vastzetten? Ook daar leerde ik: we geven kinderen misschien nog te vaak opdrachten vanuit onze eigen leefwereld. Maar wat voor mij werkt, werkt daarom niet voor dit kind.

Voor mij gaat het over kunnen spelen met diversiteit. Dat groeit uit respect voor het unieke van elke persoon en de context waarin die leeft. Zijn we klaar om bedachtzaam met die superdiversiteit om te gaan? Ik twijfel. En ik hoop.’

Vertel me over jouw hoop.

Gil: ‘Nu lijkt ontwikkeling vooral gericht op kinderen voorbereiden om later succesvol mee te kunnen draaien in het arbeidsproces. Ik zou dat willen omkeren. Ik droom ervan dat kinderen het boeiende geschenk van hun leven kunnen ontdekken. Dat ze hun talenten ontplooien en hun dromen kunnen volgen. Dat ze mogen ontdekken wat ze nodig hebben om gelukkige mensen te worden. Want het leven is zo boeiend, zo prachtig!’

Als je jouw ontdekkingen en je hoop aan elkaar koppelt, waar hebben we dan nu werk te doen?

Gil: ‘Het jeugdwerk is een waardevolle plek waar kinderen de volheid van het leven kunnen ontdekken. Die boodschap zou dichter bij leerkrachten en ouders mogen komen, vind ik. We moeten hen kansen geven om het jeugdwerk van nabij te zien en te beleven. Dan kunnen zij die mooie wereld openen voor hun kinderen.

"Als ouders en leerkrachten het jeugdwerk van nabij kunnen beleven, kunnen zij die mooie wereld openen voor hun kinderen"

Ik wil die taak niet zomaar naar het onderwijs doorschuiven. Het jeugdwerk heeft daar ook een rol in op te nemen. Daarom is het goed dat de sector zich meer bewust wordt van haar unieke waarde in het leven van kinderen en jongeren. Dat ze niet te losjes omspringen met concepten die uit andere levensdomeinen komen aanwaaien. Ik geef een voorbeeld: het competentie-denken lijkt hier en daar door te dringen in het jeugdwerk. Ik denk dat we daar voorzichtig moeten mee zijn. Voor we het weten, belanden we in een jeugdwerk dat haar werk zal toetsen in termen van presteren en resultaten.

Ooit wil ik wakker worden in een samenleving die diversiteit viert als de unieke schoonheid van het leven. Met ouders, scholen en jeugdwerk die elk op een unieke manier ruimtes creëren waarin kinderen het leven kunnen exploreren. Zodat kinderen hun eigen plekje in de wereld kunnen vinden.’

Gil Géron

In gesprek met

Gil Géron heeft een voorliefde voor taal en verhalen. Met haar centrum voor leesbevordering Narrata brengt ze verhalen tot bij kinderen en hun ouders. Tot vorig jaar werkte ze in het jeugdwerk, eerst als coördinator bij Crefi, later bij Koning Kevin.  Op vraag van het netwerk Iedereen Verdient Vakantie ging ze op onderzoek naar vakantie- en kampervaringen van kinderen. Via muziek, verhalen, creatief werk en toneel haalde ze verhalen van kinderen naar boven. Tijdens die rondreis door Vlaanderen sprak ze ook met leerkrachten, ouders en monitoren in het jeugdwerk.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 26 april 2018 in de categorie Kinderen.

Neergepend door

Griet Bouwen is nieuw(s)maker voor het netwerk Iedereen Verdient Vakantie. Ze houdt van een hartelijk gesprek en stelt graag vragen die een verschil maken. Heb je zelf een verhaal dat je graag deelt? Contacteer onze redactie en zet je verhaal kracht bij.

Jeugdverblijf lanceert steunfonds ‘Iedereen mee op schooluitstap’

In gesprek met Erwin & Sabine, initiatiefnemers Oud Klooster | 20 maart 2018

Elk kind moet kunnen genieten van een meerdaagse schooluitstap, vinden de initiatiefnemers van jeugdverblijf Oud Klooster in Dikkele (Zwalm). Bij het prille begin van de lente pakten ze uit met hun steunfonds. Met dat unieke initiatief wil het jeugdverblijf toegankelijker worden voor scholen met een groot aantal kinderen uit kansarme gezinnen. Coördinator Erwin Eraerts en zijn team werkten een praktisch en financiëel partnerschap uit, waarbij scholen én jeugdverblijf elk een deel van de inspanning doen om elk kind die meerdaagse uitstap te gunnen. En er is meer: het Oud Klooster gaat volop mee op verhalentoer. De toercaravan van Vakantieparticipatie krijgt een definitief plekje op het domein in Dikkele. Kinderen zullen in die knusse ruimte plezier beleven aan het vertellen van hun vakantiebelevenissen.

Met het Steunfonds ‘Iedereen mee op Schooluitstap’ kan het jeugdverblijf bepaalde scholen een korting geven op de kosten van een meerdaags verblijf in Dikkele. Scholen met een score van 50% of meer op de SES (Sociaal Economische Status van gezinnen van de leerlingen) kunnen korting aanvragen op de totale kost van hun verblijf. De raad van bestuur van het Oud Klooster beslist over de hoogte van de korting, die 10 tot 20% kan bedragen. De middelen voor het fonds komen van eigen initiatieven, verkoop van producten en giften. Erwin Eraerts, zijn echtgenote Sabine De Groote en hun team zien het steunfonds als een concreet partnerschap met scholen.

"Met ons steunfonds hopen wij de financiële drempel van sommige scholen te verlagen. Tegelijk vinden we het belangrijk dat de school zelf ook inspanningen doet om bijkomende middelen te verzamelen." - Erwin & Sabine

Op 18 maart werd het initiatief feestelijk voorgesteld en kwamen de eerste euro’s voor het steunfonds binnen. Bijna 200 mensen zakten af naar de kerk van Dikkele, waar theatergezelschap Speranza het stuk ‘Tanya’ bracht. De inkomsten gaan integraal naar het steunfonds. Voorzitter van Speranza Herman Becue: ‘Wij houden van theater. En wij, bestuur en spelers, hebben het goed. We hebben genoeg. Dus spelen wij graag – en uitsluitend – voor goede doelen, zoals dit. Omdat het belangrijk is dat elk kind met zijn klasje mee op uitstap kan.’

Na het theater stroomde het Oud Klooster vol met enthousiaste bezoekers. Om elkaar te ontmoeten en bij te praten bij een kop koffie en wat lekkers, of een bijzonder biertje. Het Oud Klooster werkt samen met Brouwerij 3 fonteinen (Beersel) en Nougat Vital. Deze makers van lokaal en artisanaal lekkers stellen hun producten aan fabrieksprijs ter beschikking van het jeugdverblijf. De inkomsten van verkoop gaan integraal naar het steunfonds. En wie een kunstwerk uit de gelegenheidsexpositie van Didier Van De Steene koopt, helpt ook mee. De kunstenaar schenkt een derde van de opbrengst aan het steunfonds.

toercaravan

De toercaravan van Vakantieparticipatie wordt een babbelbox met vaste standplaats in Dikkele.

Het idee van het steunfonds ontstond tijdens een brainstormmoment met collega’s, in een Appreciative Inquiry lerend netwerk van Vakantieparticipatie. In dat netwerk vatten Erwin en zijn team trouwens ook een liefde op voor verhalen die tonen hoe waardevol vakantie is. Die liefde krijgt dit jaar een heerlijk vervolg. De caravan, waarmee Vakantieparticipatie in 2017 op toer trok, vindt zijn laatste verblijfplaats op het domein van het Oud Klooster. Het toerkarretje wordt een babbelbox, waar kinderen verhalen kunnen vertellen over hun belevenissen in en rond het Oud Klooster.

Erwin & Sabine, Oud Klooster

In gesprek met

Erwin Eraerts en Sabine De Groote en hun team van medewerkers en vrijwilligers zijn de drijvende krachten achter het jeugdverblijf Oud Klooster in het pittoreske Dikkele (Zwalm). Het Oud Klooster is een vakantieplek voor het jeugdwerk, openluchtklassen, vrienden- en familiegroepen. Ook organisaties kunnen voor hun meerdaagse activiteiten in het Oud Klooster terecht. In samenwerking met vzw Kompas ontwikkelde het jeugdverblijf ook een aanbod voor groepen jonge mensen met een verstandelijke en/of licht motorische beperking. In maart 2018 vierden ze hun vijfjarig bestaan.

Het Oud Klooster is – ‘vanzelfsprekend’, zou Erwin zeggen – partner in het netwerk ‘Iedereen Verdient Vakantie’.

Wie het steunfonds een warm hart toedraagt, kan helpen. Lees hier meer.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 20 maart 2018 in de categorie Kinderen.

Neergepend door

Griet Bouwen is nieuw(s)maker voor het netwerk Iedereen Verdient Vakantie. Ze houdt van een hartelijk gesprek en stelt graag vragen die een verschil maken. Heb je zelf een verhaal dat je graag deelt? Contacteer onze redactie en zet je verhaal kracht bij.

Mag ik meespelen?

In gesprek met Lore Coucke, Speelpleinwerking Wasper | 21 februari 2018

Ze staat middenin pure schoonheid, zegt ze. Tussen gedreven jonge mensen die zich smijten om kinderen een heerlijke vakantietijd te bieden. Tussen nieuwsgierige kinderen die zich het licht uit ravotten en ’s avonds met een gelukzalige glimlach op de achterbank van mama’s auto in slaap vallen. Lore Coucke coördineert de speelpleinwerking Wasper in Kortrijk. Wasper is een inclusief speelplein.  Kinderen die omwille van een beperking of moeilijke gezinssituatie specifieke noden hebben, noemen ze in Kortrijk ‘Zilverkinderen’. Voor hen zijn er toegewijde Zilveranimatoren en sinds vorig jaar ook een snoezelcontainer.

Kyara komt al zes jaar naar het speelplein, vertelt Lore. Het meisje is elf en heeft een mentale beperking. Ze kan moeilijk verwoorden wat ze wil. Het is voor de animatoren vaak zoeken naar wat ze nodig heeft. Lore: ‘Als ze ’s morgens aankomt is het soms haar dagje niet. Ik zie dan de Zilveranimatoren alles doen om toch een ingang te vinden en haar mee te krijgen in het spel. Dat vraagt veel tijd en veel aandacht. En plots is er een klik. Dan gaan ze samen naar de groep, komt een van de kindjes op Kyara af en grijpt haar handje. ‘Yes!’, zie je de animatoren dan denken. Kyara bloeit instant open en gaat mee naar het bos te midden van babbelende en spelende kinderen.'

Lore in gesprek met de kinderen

Lore aan de babbel met de jongsten

 

 

Diversiteit, voor kinderen heel gewoon

Dat die stempel van ‘anders zijn’ op het speelplein kan wegvallen is mega-heerlijk, zegt Lore. ‘Sommige Zilverkinderen zitten door het jaar in het bijzonder onderwijs, of in één of andere voorziening. Hier zijn ze niet ‘apart’, maar vooral samen met andere kinderen.’ De kinderen vinden een plekje in de groep en maken vriendjes. En vriendjes leren positief omgaan met elkaars verschillen. ‘Kinderen zijn daar overigens totaal niet mee bezig. Diversiteit is voor hen heel gewoon, heel normaal.’

 

Snoezelcontainer

Kyara en de andere Zilverkinderen hebben sinds vorig jaar een bijzonder paradijselijk plekje op het speelplein. De snoezelcontainer is een idee van enkele animatoren die orthopedagogie studeren. Zij wilden een rustige, prikkelarme ruimte die toch ook aanmoedigt om te spelen. ‘De container werd een prachtige ruimte waar animatoren aan de slag kunnen met talenten, interesses, fantasieën en speelgoesting van de kinderen’, zegt Lore.

Snoezelcontainer Wasper

Een oude container werd vanbinnen zwart geverfd. Met een waterbed, voelmuren, een discobal en spiegelbal maakten ze er een gezellige ruimte van. De kinderen kunnen er rustig spelen en een beetje tot zichzelf komen als het nodig is. ‘Nu kunnen we op een plezante manier tijd doorbrengen met kinderen die even op adem willen komen. Een beetje afleiding vinden, zonder dat het aanvoelt als een straf’, zegt Lore.

De container is een flinke aanwinst. De eerste zomer is positief geëvalueerd, en nu bouwt de animatorenploeg de snoezelruimte verder uit. ‘We stellen themaboxen samen. We kijken er al naar uit om die samen met de kinderen open te doen en de ruimte eens een keertje anders in te richten.’

Kyara bloeit

‘Voor kinderen als Kyara kunnen er zoveel dingen op hun pad komen die het hen moeilijk maken om een vriendengroep te creëren. Hier op het speelplein vinden ze de ruimte, de vrijheid – en steun van animatoren en andere kinderen – om daar zelf een weg in te vinden’, zegt Lore. En dat lukt, als je goed kijkt naar wat er in de namiddagen op het speelplein aan moois ontstaat. Dan hebben kinderen alle vrije ruimte, en bedenken ze zelf wat ze willen spelen. Kinderen vinden elkaar, maken groepjes en vragen, ook aan Kyara: ‘Helaba, Kom je mee?’ Ze grijpen elkaars handje en weg zijn ze.

Animatoren Wasper

De animatoren van Wasper. Lore: ‘Je moet het toch maar doen hé: studeren, zelf op vakantie willen,
vakantiewerk doen én belangeloos een pak tijd cadeau doen om jonge kinderen de vakantietijd van hun leven te bieden.'

 

Meer Info:
De Zilverwerking is een stedelijk initiatief van Speelplein Wasper, van vzw De Warande in Kortrijk. Wasper wil elk kind maximale speelkansen bieden tijdens schoolvakanties. Met de Zilverwerking speelt Wasper in op noden van kinderen met een beperking en kinderen in moeilijke thuissituaties.
In een kennismakingsgesprek met ouders beluistert Lore de behoeften van het kind en krijgt ze tips over dingen die het kind leuk vindt en raad voor als het even moeilijk gaat. De kinderen sluiten aan bij gewone groepen, en Zilveranimatoren bieden ondersteuning op maat. De animatoren gaan voluit voor de Zilverwerking. Momenteel evalueren ze samen de werking van vorig jaar en bedenken ze hoe het volgende zomer nog beter kan.

Lore Coucke

In gesprek met

Lore Coucke (23) ging in juli 2017 aan de slag als speelpleinverantwoordelijke bij Wasper, een organisatie de stad Kortrijk en van jeugdcentrum De Warande in Kortrijk. Naast een speelpleinwerking is De Warande ook een jeugdverblijfcentrum en een openbaar (speel)domein. Lore kan in haar job haar passie voluit uitleven. Bij de jeugdbeweging ontdekte ze dat de drempels voor sommige kinderen te hoog waren om deel te nemen. ‘Daarom vind ik het super belangrijk om hier kansen te bieden aan zoveel mogelijk kinderen.’

Lore deed vakantiewerk bij AjKo, Kortrijks jeugdwelzijnswerk. ‘Zij zijn toch wel mijn voorbeeld. Hun manier van werken en de houding van de jeugdwerkers is een bron van inspiratie geworden voor mij.’

Dit verhaal werd gepubliceerd op 21 februari 2018 in de categorie Kinderen.

Neergepend door

Griet Bouwen is nieuw(s)maker voor het netwerk Iedereen Verdient Vakantie. Ze houdt van een hartelijk gesprek en stelt graag vragen die een verschil maken. Heb je zelf een verhaal dat je graag deelt? Contacteer onze redactie en zet je verhaal kracht bij.

Vakantie mogelijk maken voor een ander, 't kan zo simpel zijn

In gesprek met Ludo en Jeanine Van Deun | 2 oktober 2017

Ze namen een kersvers buurjongetje mee op vakantie. Een vijfjarig Afrikaans kereltje, wiens papa net overleden was. Het ventje kwam naar België, naar het gezin van papa’s broer. Afrikaanse broers zorgen namelijk voor elkaars kinderen als één van hen iets overkomt. Tante was hoogzwanger, en dat nieuwe gezinslid erbij was even een beetje veel van het goede. Dus namen buren Ludo en Jeanine Van Deun het jongetje een weekje uit naar Luxemburg. Dan kon tante een beetje rusten. Het is allemaal niet zo bijzonder, zeggen ze. Iedereen zou het doen. Hmm, ik twijfel even. Zou ik? Zomaar, vanzelfsprekend? Wat jij?

 
 

'Vakantie zonder grenzen!’, lachen ze wanneer ik vraag welke titel best bij hun verhaal zou passen. Zonder grenzen, zeg dat wel. Afrika meets Turnhout. Afrika en Turnhout trekken naar Luxemburg. Maar zonder grenzen ook op deze frisse manier: de zorg van de buren is onze zorg. Vlamingen zijn voorzichtig om zich te moeien in het huishouden van een ander. Maar, als het is om een ander te helpen, dan spreekt het toch vanzelf dat we die grens tussen ‘wij’ en ‘jullie’ oversteken. Of niet?

Een ander een beetje rust en geluk gunnen

Ludo en Jeanine Van Deun en kleinkinderen
Ludo, Jeanine en de kleinkinderen in De Bosberg

‘Ach,’ zegt Jeanine. ‘Het is niet zo bijzonder.’ Ze kenden de buren. Jeanine had op de kleinsten gepast. Een mens doet toch wat voor een ander. Je geeft zo’n kleine man een beetje extra zelfvertrouwen. Een beetje geluk. Een kans om zijn gedachten eens te verzetten. De vakantie was trouwens heerlijk.

Het was nodig, en het was goed. Voor de buurvrouw met een derde kindje in haar buik. Het gaat over ‘coherentie’, zegt Ludo. Hij bedoelt: je woont in eenzelfde buurt, dan is er toch verbinding. Dan voel je toch wat nodig is, en doe je wat je kunt.

De tent is altijd groot genoeg

‘We dachten daar eigenlijk niet zo over na’, zegt Ludo. ‘We deden het wel meer. Jeanine was onthaalmoeder, en het gebeurde wel dat onthaalkindjes met ons meegingen, omdat de ouders het professioneel te druk hadden om vakantie te nemen.’ Het was eenvoudig, zeggen ze. Hun tent was groot genoeg, en hun eigen kinderen hadden er speelkameraadjes bij.

Groot vertrouwen in sociaal medevoelen

‘We zouden het gewoon opnieuw doen, als dat een ander helpt.’ En neen, ze vinden echt niet dat ze daarmee tegen de stroom ingaan. ‘Veel mensen zouden dit doen, dus maak het niet te groot.’

Dat doen we niet, het groot maken. We willen het wel verder vertellen. Zodat meer mensen op ’t idee komen om vakantie mogelijk te maken voor wie er op eigen kracht amper aan toekomt.

Zou jij het doen? 

Foto: Els Van Bosbeke

Familie Van Deun

In gesprek met

Ludo en Jeanine Van Deun wonen in Turnhout. Ludo is fotograaf, zijn vrouw werkte jarenlang als onthaalmoeder. Het koppel heeft drie adoptiekinderen. We troffen hen in De Bosberg in Houthalen, waar ze met twee kleinkinderen met vakantie waren. 

Het verhaal van Ludo en Jeanine werd opgetekend in het kader van het grootschalig luisteronderzoek van Steunpunt Vakantieparticipatie. Via duizend verhalen willen ze leren hoe wij in Vlaanderen vakantie mogelijk maken voor elkaar, en in het bijzonder voor mensen die minder vakantiekansen hebben.

Dit verhaal werd gepubliceerd op 2 oktober 2017 in de categorie Kinderen.

Neergepend door

Griet Bouwen is nieuw(s)maker voor het netwerk Iedereen Verdient Vakantie. Ze houdt van een hartelijk gesprek en stelt graag vragen die een verschil maken. Heb je zelf een verhaal dat je graag deelt? Contacteer onze redactie en zet je verhaal kracht bij.

Pagina's

Copyright © 2020 Steunpunt vakantieparticipatie | Disclaimer | Privacy |